Marine Flak Batterie Nordmole. Een soldaat poseert met een MG 34. Erachter één van de vier 10,5 cm SKC/32 stukken zwaar luchtafweergeschut.

Dag en nacht vliegen tientallen en soms honderden geallieerde toestellen over de Hollandse kust om boven het Derde Rijk verkennings- en bombardementsvluchten uit te voeren. De vliegers zijn in de meeste gevallen op weg naar Duitsland, maar een klein deel richt zich op militair strategische doelen boven bezet gebied. De haven van Rotterdam en het scheepsverkeer op de Nieuwe Waterweg zijn al vanaf 1940 belangrijke doelwitten. Later komen hier de militaire installaties en stellingen van Festung Hoek van Holland bij. Vanwege de aanwezigheid van de vele luchtdoelkanonnen (Flugzeug Abwehr Kanone – Flak) hebben de geallieerde vliegers het hier niet makkelijk. Op de grond zijn verschillende bunkercomplexen van licht luchtafweergeschut voorzien en er zijn zo’n tien zware luchtdoelbatterijen die de havens en de Nieuwe Waterweg beschermen. In de lucht worden de geallieerde vliegtuigen op hun staart gezeten door Duitse dag- en nachtjagers, alhoewel de gevechtskracht van de Luftwaffegedurende de oorlog sterk afneemt. Tientallen geallieerde toestellen crashen uiteindelijk in en rondom de Festung door Duits toedoen.

Een Amerikaanse Marauder B-26 bommenwerper wordt op 17-5-1943 geraakt door Flak en stort neer op het eiland De Beer, uitgerekend naast het hoofdkwartier van de Marine Flak Abteilung 813 in Stützpunkt X. Het betreft het toestel met het nummer 41-17982. Drie van de zes bemanningsleden overleven de crash, maar raken zwaargewond.

In de zomer van 1940 plaatst zowel de Marine als de Luftwaffe luchtdoelgeschut in de omgeving van Hoek van Holland voor de verdediging van de monding van de Nieuwe Waterweg, en voor schietoefeningen. De kanonnen staan in eenvoudige beddingen van hout en zand en de manschappen verblijven in barakken en huizen in het oude dorp of aan de haven. In de lucht vuren ze op doelen die door Duitse Junkers 52 transportvliegtuigen worden voortgetrokken en op zee is het in tweeën gebroken stoomschip Prinses Juliana II een ideale schietschijf. Dit schip werd in de meidagen van 1940 tijdens een Duitse luchtaanval door een bom getroffen. Nadat de bemanning het schip verlaten had kwam het vast te liggen op een zandbank.

Op het strand van Hoek van Holland met op de achtergrond het stoomschip Prinses Juliana II

Een van de kanonniers maakt een foto waarbij hij bewust het stoomschip op de achtergrond in beeld brengt, naast de zes trots poserende mannen met aangespoelde stukken van een Brits toestel. Op de achterzijde benadrukt hij beide taferelen door te schrijven dat het om een Nederlandse ‘Dampfer’ en ‘Eingeschossenerer Reste’ van een geallieerd vliegtuig gaat, die beiden door Duits vuur zijn uitgeschakeld. Hij toont zo in één foto twee Duitse overwinningen. Het is onduidelijk tot welk Brits toestel de aangespoelde wrakstukken behoren en of deze mannen zelf verantwoordelijk waren voor deze Abschuss. Ze dienen als een soort trofee of bewijsstuk om indruk te maken op het thuisfront. Of voor henzelf voor later, ter herinnering aan de snelle overwinningen en het militaire succes. Het tij zou echter in de opvolgende jaren op alle fronten keren en de oorlog werd vanaf 1943 voor de Duitsers uitzichtloos.

Dit artikel is afkomstig van bezettinginbeeld.nl. Hier staan foto’s centraal die Duitse militairen met hun eigen camera’s maakten, voorzien van korte beschrijvingen. Deze soldatenkiekjes vormen een unieke historische bron en geven een bijzonder beeld van de bezetting door Duitse ogen.


Luchtdoelbatterijen in de Festung Hoek van Holland
De luchtverdediging was in 1944 opgebouwd uit vier moderne zware luchtdoelbatterijen met ieder vier overdekte stukken geschut met een kaliber van 10,5 cm en een hoogtebereik tot 10 kilometer. Deze batterijen konden eventueel ook zeedoelen beschieten met een bereik tot 15 kilometer. Naast de zware luchtdoelbatterijen werden met name de grotere steunpunten, maar ook kleine stellingen uitgerust met kleinere stukken luchtafweergeschut. Deze varieerde in kaliber van 15 mm tot 75 mm. De vier grote luchtdoelbatterijen zijn inzichtelijk gemaakt op de kaart en droegen de namen:

  • Stützpunkt II, Marine Flak Batterie Zande (bij ‘s-Gravenzande)
  • Stützpunkt IV, Marine Flak Batterie Nordmole (bij de Noorderpier in Hoek van Holland)
  • Stützpunkt XIII, Marine Flak Batterie Brielle (in de westelijke duinen van eiland De Beer)
  • Stützpunkt XVIII, Marine Flak Batterie Waterweg (aan de Nieuwe Waterweg op eiland De Beer)

Misleiding
Een opvallende tactiek van misleiding was de constructie van ‘schijnbatterijen’. Met name in de polders rond Hoek van Holland bouwden de Duitsers een tiental luchtdoelbatterijen met nep-geschut. Er werden beddingen met aardewallen opgeworpen, kleine loopgraven gegraven en soms ook barakken gebouwd. In de beddingen stonden boomstammen omhoog gericht, welke een schaduw zouden afwerpen en zo de schijn wekte van aanwezig geschut.
De batterijen waren voor geallieerden verkenningsvluchten goed zichtbaar vanuit de lucht en moesten er voor zorgen dat bommen uiteindelijk hier, en niet (of minder) op de echte luchtdoelbatterijen werden afgeworpen.

Een uitsnede uit een luchtfoto van de de Britse Royal Air Force (RAF). Hierop zijn naast de tankgracht en stellingen twee ‘schijnbatterijen’ zichtbaar. De noordelijke batterij bestaat uit drie grote beddingen van aardewallen en is met rood gemarkeerd als verdacht gebied. Bevindingen gebaseerd op deze luchtfoto’s werden ingetekend op kaarten. Zo is op een kaart uit 1943 de noordelijke batterij reeds aangeduid als ‘Dummy’. De westelijke batterij, anders in opbouw wordt pas ingetekend in 1945 en aangeduid als ‘Under Construction’ (collectie: Wageningen University and Research).

Geraadpleegde bronnen:
KTB 88.AK., National Archives and Records Administration.
Bibliotheek Wageningen University and Research

Deel dit artikel